Ingedeeld onder: Montréal
En er valt heel wat te winnen hier. Vluchtige vriendschappen, potentiële logeeradressen in verre oorden, wijze levenslessen, culturele ontdekkingen, Mexicaanse smaaksensaties en vaardigheid in Spaanstalige vuilbekkerij, om maar iets te noemen. Ondertussen heb ik echter aan den lijve ondervonden dat er ook wel degelijk iets te verliezen valt. Een mobiele telefoon, om maar iets te noemen. Want na een bijzonder interessant bezoek aan Quebec City kwam ik tijdens de terugreis tot de ontdekking dat ik opeens volslagen immobiel was. Hotel gebeld, maar helaas, niets gevonden. Op zich geen groot drama, het was maar een oude telefoon en ik had uit voorzorg al m’n telefoonnummers gebackupt, maar de 128 jarenlang zorgvuldig opgespaarde top-smsjes zien we niet meer terug, en da’s toch jammer. Daarnaast zat ik ook enigzins in mijn maag met het spookbeeld van een Quebecois kamermeisje die na de vondst van mijn mobiel 48 uur onafgebroken zou bellen met Juan Pablo, hét succesnummer van een Puerto Ricaanse 0900-sexlijn. Want met dank aan Wireless Circle (alleen op werkdagen bereikbaar) heeft het me maar liefst 48 uur gekost voordat ik mijn nummer kon blokkeren. Via mijn ouders in Nederland that is (thanks dad!), want het geweldige Wireless Circle bleek niet bereikbaar vanuit dit continent. Ondertussen probeerde ik mijn verdriet weg te praten met de gedachte dat ik altijd mijn laptop nog had. Toen op die laptop echter een virusmelding verscheen met de vraag of ik het geinfecteerde bestand run32.dll wilde verwijderen, en ik daarop bevestigend antwoordde (onder het motto ‘veiligheid boven alles’) vond die laptop het genoeg geweest: run32.dll bleek onmisbaar voor het opstarten van de computer. Kortom, binnen twee dagen heb ik de beschikking over mijn mobiel én mijn computer weten te verliezen. Enigszins ontdaan besloot ik me te concentreren op het heugelijke feit dat ik altijd mijn gezondheid nog heb. Maar aangezien onheil in drievoud komt, valt het nog te bezien hoe lang dat standhoudt. Verder valt er weinig te klagen, immers, waarom zou je kniezen om een paar suffe apparaten als je cassadillas kunt eten en Frans kunt praten. En voor de zee aan vrije tijd die is vrijgekomen door het wegvallen van de laptop heb ik ondertussen ook een oplossing gevonden. Ik heb een boek gekocht. Bevalt prima, dat lezen. Ik voorspel dat dat ooit nog eens heel groot gaat worden.
Ingedeeld onder: Montréal
Om toch nog iéts meer van Canada mee te krijgen dan alleen Montréal, besloot ik de makkelijke weg te kiezen en mee te gaan met een schooltrip naar Ottawa. Die trip startte op zaterdagochtend om 09:30, de ochtend na Halloween, maar aangezien ik ook in Montréal geen mietje ben liet ik me daardoor niet uit het veld slaan. En evenmin door het feit dat ik de desbetreffende zaterdag m’n kamer in de YWCA moest opzeggen, wat er in resulteerde dat ik na terugkeer van het Halloweenfeest om 04:00 mijn tassen nog moest inpakken. Want naast een mietje ben ik ook evenmin een groots planner in Montréal. Anyway. Na een gezonde dosis slaap (lees: een uurtje of twee) stapte ik met gezond enthousiasme de bus in voor een zalig dagje toeristenplezier. De lucht was blauw, de zon die scheen, de shit was lauw, en in mijn broekzak zat mijn camera te popelen om 38 oninteressante sightseeingfoto’s te schieten. Eén koffie, twee croissants en vijf Family Guy-afleveringen later loodste busschauffeur Piere ons Ottawa binnen. De spanning in de groep was duidelijk voelbaar. Ottawa, capital of Canada. Ottawa, waar het House of Parlement gevestigd is. Ottowa, waar uuh.. did I mention the House of Parlement? Holy crap mensen, Ottawa is een shithole, Ottawa is helemaal niks! Na een rondleiding door het House of Parlement kregen we een citytour van 45 minuten, en daarmee hadden we meteen alle trekpleisters van de stad gehad. Toen we onze vrije tijd wilden benutten om de stad verder te verkennen, kwamen we na een minuut of vijf telkens weer op dezelfde plek terecht. Stel je voor dat Willem van Oranje ooit tijdens een nacht keihard zuipen besloten had dat niet Amsterdam, maar Klazienaveen de hoofdstad van Nederland moest worden. Dan hadden wij ook een Ottawa gehad. Anyway, met dank aan leuk gezelschap en een enorme lolly (thank you Sugar Mountain) werd het evengoed een prima dag. Maar remember kids: don’t go to Ottawa.
PS. In het House of Parlement hingen gouden borden met daarin de namen van alle parlementen gegraveerd. Drie keer raden bij welk parlement ze daar mee zijn opgehouden. (check de foto, en echt waar, ik heb ‘m niet gephotoshopt)
Ingedeeld onder: Montréal
Het idee was best mooi en – voor verwend rijk westers kutkind principes - best avontuurlijk: na een maandje Franse studie de state of Quebec intrekken en maar zien waar het zou schip stranden. Ik beschouwde het als twee weken ‘vakantie’ na hard studiewerk. Wist ik veel dat die talenschool zo bananas zou worden dat ik na vier weken steeds meer tegenzin zou opbouwen jegens het vakantiedeel. Die tegenzin werd bovendien gevoed doordat iedereen, inclusief de Canadezen zelf, me vertelde dat de state of Quebec zo fucking boring is dat twee weken veel te lang is voor een rondreis. Dan ga je toch twijfelen. En dat deed ik. En het resultaat? Ik blijf. Meer Montréal. Meer talenstudie. Meer Mexicanen. Meer lol, meer good times, meer lachen, meer feesten… Meer van dat alles. Meer van hetzelfde.. maar toch niet helemaal. Minder luxe. Want na vier weken in de watten te zijn gelegd in mijn YWCA bejaardenresort (iedere dag een vers opgemaakt bed en schone handdoeken) vond ik dat het daar wel genoeg was. Leuk hoor, leven in de luxe van een hotelkamer, maar in plaats daarvan heb ik liever een stel relaxte mensen om me heen. Iets anders dan de lichtschuwe en schijnbaar doofstomme bewoners die ik in de YMCA aantrof. En de kille klinische hospitaalsfeer was ook niet bepaald uitnodigend en behaaglijk. Eigenlijk was de ligging (op vijf minuten loopafstand van m’n school) nog het grootste voordeel. En dus ben ik er vertrokken. Bye bye Y Y. En nu zit ik in de Auberge du Jeunesse, een jeugdhostel. Iesj goeikoper. En dichter bij school (4 minuten loopafstand). En ook al is het “ietsje” minder luxe (vergelijk een riante villa in Blaricum met een half opengescheurde kartonnen doos in een tochtig bankportaal) in de kamer die ik met vijf anderen deel, ik vind het prachtig.
Ingedeeld onder: Montréal
Zoals bekend ben ik het type simpele ziel dat dolblij kan worden van Noord-Amerikaanse cultuurverschijnselen onder de noemer ‘net als in de film’. Het zal dan ook niet als een verrassing komen dat ik erg enthousiast was dat ik hier in Montréal voor het eerst echt officieel Halloween kon vieren. En of ik Halloween gevierd heb. Geheel zoals een die-hard betaamt liep ik overdag al met een freaky masker op door de school en heb ik in die hoedanigheid in de klas een test zitten maken. Later op de dag werd het tijd voor een serieuzer outfit, en toen ik als dracula getooid in stijlvolle cape met wat vrienden door de straten van Montréal stiefelde besloten we om ons naar behoren in onze rol in te leven. Denk aan doodstil in duistere portieken staan en alle voorbijgangers aanstaren, en plotseling uit de portiek springen. Vooral Danièla (prettig-loco Mexiciaanse) had de smaak goed te pakken. Overtuigend verkleed als mental patient (à la dat kind uit The Ring) wandelde ze random zigzaggend en net niet botsend tussen de voetgangers door, liep ze 2 minuten lang op 20 cm afstand achter een wildvreemde man aan, en ging ze in een volle metro doodstil op de grond zitten om het vervolgens vanuit het niets keihard op een schreeuwen te zetten. Good times. Maar er moest moest ook gefeest worden. En dat hebben we gedaan. Na anderhalf uur in de rij te hebben gestaan, that is. Maar daarna stonden we wel in letterlijk de allerhipste club van Montréal, club 737. Gevestigd op het dak van een 43 verdiepingen hoog gebouw met uitzicht over heel de stad, we be clubbin. Halloween: check.


