Ingedeeld onder: Montréal
Op een schitterende zondagmiddag besloot ik dat het de hoogste tijd was om eens schaamteloos de toerist uit te gaan hangen. Zo gezegd zo ge-diggie-daan, en een gratis toeristengidsje (we blijven Nederlanders) bracht mij tot het Olympisch stadion. Nadat m’n camera overuren had gemaakt op foto’s die ik waarschijnlijk nooit meer bekijk of gebruik, want zo gaat dat met toeristisch beeldmateriaal, belandde ik bij de Botanic Garden van Montréal. Zonder de prijs voor een kaartje gecheckt te hebben besloot ik dat een ticket pure geldverspilling zou zijn, want van een veredeld zooitje bloemen en planten ben ik nog nooit warm of koud geworden. Maar aangezien het boring as hell was in mijn eentje, had ik wel behoefte aan een stukje avontuur. Derhalve werd het al snel een Heilige Missie om zonder te betalen de botanische tuin binnen te dringen. De ingang werd echter bewaakt door twee scherp oplettende guards, en de kans dat ik daar onopgemerkt langs zou kunnen sneaken leek me zeer miniem. Daarom besloot ik mijn geluk te beproeven bij de serres d’exposées, een gebouw dat aan de tuin grensde. Ook daar was een ingang met kaartcontrole, maar de uitgang was onbewaakt, waardoor ik kinderlijk eenvoudig naar binnen kon glippen. Een jubelstemming bleek voorbarig, omdat het gebouw geen toegang bleek te bieden tot de tuin. Althans… geen officiële toegang. Toen echter bleek dat de deuren van de nooduitgang niet op slot zaten (ze waren alleen met versperringen afgezet) zag ik mijn kans schoon. En voilà: ik was binnen. Apetrots liep ik rond, werd ik op de foto gezet door twee Chinese dames, en zag ik in het Arboretum als klap op de vuurpijl een vos die een eekhoorn had gevangen (Okee, misschien niet zo cool als een ZOMBIE fighting a SHARK maar toch niet onaardig). En toen ik na een uitgebreide wandeling de Botanic Garden verliet, heb ik de bewaking uiterst beleefd een bonne soirée gewenst.
Want zo ben ik dan ook wel weer.
Ingedeeld onder: Montréal
Dat ik een zwak heb voor Amerikaanse shit uit Hollywoodfilms heb ik nooit onder stoelen of banken geschoven. Toen iemand me vroeg of ik mee wilde naar een American Football-match van McGill, het universiteitsteam van Montréal, luidde mijn antwoord dan ook dolenthousiast: ja. Dit was bovendien niet zomaar een wedstrijd, maar de homecoming, de laatste thuiswedstrijd van het seizoen, die altijd zwaar beladen is en extra veel bezoekers trekt (2486 om precies te zijn). Eenmaal bij het footballveld aangekomen werd – tot mijn grote vreugde – het ene na het andere stereotype bevestigd. Alles was er. De mascotte (Marty, uiteraard sta ik ermee op de foto), de cheerleaders (helaas in winterkostuum), de hotdogs, de bodychecks, de wedstrijdmuziek, de commentators, de plastic opblaasdingen om lawaai mee te maken en als kers op de taart een coach die zijn spelers in halftime woedend: “YOU GUYS ARE AN EMBARRASSMENT!” toeschreeuwde.
De wedstrijd zelf was om te janken. De quarterback van ‘ons’ team kwam amper aan passen toe, McGill leed haar 17e achtereenvolgende nederlaag van het seizoen en zelf de human pyramid van de cheerleaders mieterde in elkaar. Maar het kon me niks schelen. Het was net als in de film en ik was gelukkig.
Ingedeeld onder: Montréal
De klassen in mijn talenschool zijn ingedeeld in niveaus; na 4 weken les kun je één niveau omhoog. Ik ben ingestroomd in niveau 3, en what do you say, al na 2 weken heb ik een promotie naar niveau 4 te pakken. De reden? Ik hou het op een tomeloze inzet voor het bedenken van zinnen als: “J’ai visité le bar des lesbiennes parce que je cherchais une fille pour un ménage à trois” en “Quand la fille aura eu trop de plaisir, elle aura encore une fois de plus besoin d’une pilule du lendemain”.
Ingedeeld onder: Montréal
Met een groepje mensen (Duits/Braziliaans/Italiaans) lig ik heerlijk onderuitgezakt op een bankstel in een stemmig hip jazzcafé in downtown Montréal. We hebben zojuist kunnen genieten van een geweldige performance van een funky jazzy bandje met een beeldschone zangeres en verkeren in een aangename staat van ontspannen tevredenheid. Plotseling wordt onze aandacht getrokken door een dronken blondine die vrolijk schreeuwend door de kroeg zwalkt. Iedereen die ze op haar weg tegenkomt wordt aangesproken, en het duurt niet lang voor ze bij ons aanbelandt en een gesprek begint. I JUST ARRIVED HERE!!! brult ze met een zwaar doorrookte stem. I’M WANT TO PARTY! I´M GONNA FUCKING DESTROY THIS CITY!!! Hoogst geamuseerd vuur ik haar aan door te roepen dat dat dat een geweldige attitude is, dus gaat ze verder: I HAVE A TATOO, LOOK! – waarop ze met een vurig enthousiasme haar jurk omhoog schuift. Haar gehele rechter bovenbeen wordt bedekt door wat waarschijnlijk kan doorgaan voor de lelijkste tatoeage van het noordelijk halfrond. IT’S A SHARK FIGHTING A ZOMBIE!! schreeuwt ze. But…why…!?! stamelt één van onze Braziliaanse vriendinnen vol oprechte ontzetting. En zonder enige aarzeling brult de blondine met een welgemeende overtuiging: BECAUSE I LOVE TO SMOKE POD!!
Vijftien minuten later, als ik enigszins van het lachen begin bij te komen, besef ik dat dit nog het meest weg heeft een bizarre scene uit een absurde comedy. Maar dat de gedachte dat dit écht is, en dat die tatoo er over 30 jaar nog zit, maakt het nog veel beter.
Ingedeeld onder: Montréal
Als je na ruim een week Montréal nog steeds niet behoorlijk gefeest hebt doe je iets goed verkeerd, zo bedacht ik me. Een beetje in pubs met live-muziek hangen is natuurlijk helemaal prima, maar van tijd tot tijd moet je ook gehoor gehoor geven aan het feestbeest dat in ieders hoofd leeft (in mijn geval een half-hyena half-orang-oetang met een ADHD-stoornis). Dus wat doe je dan? Juist, je gebruikt je zorgvuldig getrainde telemarketing skills om de mensen in je omgeving over te halen om los te gaan. Ja het is dinsdag, nou en? It makes no sense and that’s what makes it even cooler. En jawel, geheel naar verwachting bleek deze taktiek niet onverdienstelijk en kreeg ik een man of vijf zover om naar een vette club af te reizen “om een biertje te doen”. Want op het moment dat je voor 7 Canadese dollar (pakweg €4,50) een pitcher kunt krijgen blijken zelfs Zwitserse jetset-dames bier te lusten. Een x aantal pitchers, 127 foute synthesizer-meezingers (het was eighties-night) en vijf uur later werden we de club uitgeveegd. I love it when a plan comes together.
Ingedeeld onder: Montréal
… en zelfs in de toiletten van een seniorenherberg valt kennis te vergaren. Hoewel kennis macht is, kan ik het niet laten om dit met jullie te delen. Klik op het plaatje voor een grote versie.
Ingedeeld onder: Montréal
“Aaaaah Amsterdam! Red light district!!”, roept de telefoonverkoper enthousiast wanneer ik hem vertel waar ik vandaan kom. Geheel volgens verwachting begint hij daarna over coffeeshops. Drugs en hoeren, hoe kan het ook anders. Een enkeling met wat meer cultureel engagement is daarnaast nog in staat om de link met windmolens te leggen, maar dan heb je het wel gehad. En toch wereldwijde bekendheid, nog niemand ontmoet die me glazig en ontwetend aanstaart als ik de naam Amsterdam laat vallen.
Zelf vind ik het juist een verademing om te zien hoe Montréal het immer zelfingenomen Damsko-020 doet verbleken tot een kneuterig klein boerendorp. Wordt er op de Dam een paar honderd man op de been gebracht voor aidsbestrijding, hier in Montréal wordt de halve stad geblokkeerd voor mars van 200.000 vrouwen tegen borstkanker. En waar in 020 het plaatselijk veldje wordt gebruikt voor een kleinschalig volleybaltoernooi, wordt hier in een winkelstraat ter plekke een ijshockeyveld uit de grond gestampt waardoor je als voetganger en passant kunt genieten van een stel opgeschoten anabolen die elkaar sierlijk schaatsend de tanden uit de bek stampen. Alles is hier net een stukje groter; het enige waarin Montréal door Amsterdam overklast wordt zijn de ego’s van haar inwoners.
En de drugs- en prostitutiebuisiness natuurlijk.
Ingedeeld onder: Montréal
Kleine puppy’s zijn groot voor je er erg in hebt. Met mij is het weinig anders verlopen. In vier dagen heb ik ongeveer 38 mensen leren kennen en ondertussen voel ik me net zo op mijn gemak als een 65-plusser op een bingomarathon. Hoewel de website van de talenschool een grote meltingpot aan nationaliteiten beloofde, zit ik hoofdzakelijk tussen Zwitsers en Latino’s, maar dat kan de pret niet drukken. Zo heb ik bijvoorbeeld ondervonden dat Zwitsers bijna even lelijk Duits spreken als de Limburgers Nederlands, en dat ze dankzij het enthousiasme van de Nederlandse voetbalsupporters in Bern het idee hebben dat alle Nederlanders vrolijke losgeslagen Partyschweine zijn. Verder hebben Zwitsers net zo’n hekel aan Duitsers als wij, en verhouden Mexicolombiaanse chicks zich tot Zwitserse als een Aston Martin Vanquish tot een Fiat Multipla. Om maar iets te noemen.
Daarnaast wordt er natuurlijk ook op volle kracht Frans geleerd. En met succes, want op het moment dat je in staat bent om in het Frans mee te babbelen over psychoanalyse kun je met tevredenheid stellen dat je het papa-fume-une-pipe niveau definitief achter je gelaten hebt. Vandaag zag ik in mijn leerboek ergens de term Mardi gras langskomen, wat mij ertoe aanzette om eigenhandig de zin “Quand j’aurai donné la chaine à la fille, elle élevera sa chemise” in elkaar te knutselen. De verschrikte blik in de ogen van mijn lerares liet zich verklaren doordat Mardi gras naast het alom bekende (toch?) Spring Break-verhaal ook één of ander muf lentefeest in Frankrijk bleek te zijn. Grammaticaal was de zin in orde, dat dan weer wel.
Ingedeeld onder: Montréal
Het is maandag, half negen ‘s ochtends. In een stoffig klaslokaal ergens in het centrum van Montréal zit een groepje twintigers als een stel hulpeloze puppies om zich heen te staren. Niets onwenniger dan de eerste dag van je talencursus. Nadat twee keurige dames een verplicht verhaaltje hebben gehouden over regels en lestijden vliegt plotseling de deur open. Met stevige passen komt Emanuel, die alle buitenschoolse activiteiten organiseert, het lokaal binnenlopen. Zijn zorgvuldig gestylede Latinolook wekt de indruk dat hij ooit runner-up is geweest in een Enrique Iglesias lookalike contest. Dolenthouisast begint hij een verhaal vol ingestudeerde grappen die het onder een publiek van elfjarigen uitstekend gedaan zouden hebben. “Ik leg jullie alles uit, ook wat voor ondergoed je aan moeten… JUST KIDDING!” – en als hier niemand op reageert: “zitten jullie soms niet op te letten? Ik zei ondergoed!” Zijn overdadige enthousiasme is vermakelijk genant, maar doordat Emanuel hier zelf klaarblijkelijk schijt aan heeft is hij op zijn eigen manier toch ook wel weer stoer. Als hij een tijdje later hoort dat ik als één van de enigen niet bij een gastgezin verblijf, maar een kamer in de YWCA heb, roept hij: “Wow, then you must really like to party!” Ik denk even aan het muffe bejaardenpubliek dat mijn verdieping bevolkt, besluit hier wijselijk mijn mond over te houden, en zeg: “Damn right I do”
Ingedeeld onder: Montréal
Niet lang voor mijn vertrek ontdekte ik dat het bureau, waar ik mijn talenstudie en onderkomen had geboekt, heel relaxt een kamer in het YMCA had geregeld. Dit riep bij mij vooral de associatie op met homofiele dorpelingen, gekleed in cowboy- politie- dan wel indianenkostuum. Ik was dan ook weinig enthousiast en nam me voor om tijdens het douchen de zeep stevig in mijn knuisten geklemd te houden. Eenmaal in Montréal aangekomen bleek het echter te gaan om de YWCA. Slecht één letter maar toch een groot verschil, want die W staat voor Women… ik was ingedeeld in een hostel voor vrouwen. En vrouwen in cowboy- en politiekostuums, da’s natuurlijk een heel ander verhaal. Ik zag het direct voor me: ladingen Zweedse uitwisselingsstudentes die de hele dag niets anders doen dan kussengevechten in ondergoed, met mij als Mr. Ambassador daar middenin. Niets bleek minder waar. Die hele W is gebakken lucht, iets over een missie met vrouwen helpen ofzo, en op mijn verdieping ben ik tot nu toe alleen nog maar bejaarden tegengekomen. Bovendien bleek de C voor Christian te staan, en ontdekte ik dat er op zondag een heel preekgebeuren plaatsvindt. Kortom, met een beetje geluk keer ik straks terug als een vroom christen, strijdend voor de positie van alle vrouwen in de wereld. Fingers crossed…








